1. Kennen, niet systeem

Christelijk geloof begint met God kennen, niet met het beheersen van een systeem. Johannes 17:3SVjohn 17:33. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt. tekent eeuwig leven als het kennen van "den enigen waarachtigen God" en Jezus Christus die Hij gezonden heeft. De essay begint bij dat relationele centrum.

2. Het Sjema is fundamenteel

Israels belijdenis in Deuteronomium 6:4 is het fundament. "De HEERE, onze God, is een enig HEERE" benoemt Gods ondeelbare identiteit, trouw en aanbidding. Elke lezing van Jezus moet aan deze belijdenis verantwoording blijven afleggen.

3. Gezien en ongezien

De Schrift houdt het ongeziene en geziene bijeen. God kan niet door menselijk zicht bezeten worden, en toch verschijnt Hij, spreekt Hij, woont Hij en maakt Hij Zich bekend. De Bijbel draagt deze spanning zonder God in losse identiteiten te verdelen.

4. De Naam openbaart identiteit

De Naam van God is identiteitstaal. In de Schrift is Gods Naam geen etiket dat van buiten aan God wordt toegevoegd. Zij is Zijn geopenbaarde aanwezigheid en zelfmededeling. Waar de Naam geplaatst, geeerd of geopenbaard wordt, wordt God Zelf gekend.

5. Jezus is de plaats van herkenning

Jezus wordt de beslissende plaats van herkenning. Wanneer Hij zegt: "Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien," wijst Hij de aandacht niet voorbij Zichzelf. Hij openbaart dat de Vader werkelijk in Hem gekend wordt.

6. Jezus binnen JHWH's identiteit

Jezus' woorden en daden horen binnen de identiteit van JHWH. Hij vergeeft zonden, spreekt met goddelijke autoriteit, ontvangt aanbidding en gebruikt taal die verbonden is met Gods eigen zelfidentificatie. Het Nieuwe Testament presenteert dit als openbaring, niet als rivaliteit.

7. De Geest als Gods nabijheid

De Geest is Gods eigen nabijheid en levengevende aanwezigheid. De essay verzet zich ertegen Vader, Zoon en Geest tot concurrerende centra te maken. Zij leest de Geest als de actieve aanwezigheid van de ene God in en onder Zijn volk.

8. Latere taal toetsen

Latere dogmatische taal moet getoetst worden aan het centrum van de Schrift. Historische theologie doet ertoe, maar geerfde termen kunnen ook vormen wat lezers verwachten dat de Bijbel zegt. De essay vraagt of latere kaders het bijbelse getuigenis bewaren of verduisteren.

9. Een troon, Naam en aanbidding

Het laatste visioen toont niet vele tronen, namen of voorwerpen van aanbidding. Openbaring brengt het getuigenis bijeen in een centrum: God bekendgemaakt in Jezus Christus. De onthulling gaat niet alleen over gebeurtenissen, maar over wie Jezus is.

10. Herkenning, niet polemiek

Het doel is herkenning, niet polemiek. De essay claimt niet de geestelijke echtheid van anderen te meten. Zij nodigt lezers uit terug te keren naar de eigen vraag van de Schrift: wie is de Ene die wij ontmoeten wanneer wij naar Jezus kijken?