Drie teksten
Drie teksten staan dicht bij het centrum van deze hele vraag:
- Deuteronomium 6:4: "Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE."
- Johannes 14:9SVjohn 14:99. Jezus zeide tot hem: Ben Ik zo langen tijd met ulieden, en hebt gij Mij niet gekend, Filippus? Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien; en hoe zegt gij: Toon ons den Vader?: "Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien."
- Johannes 17:3SVjohn 17:33. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.: "dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt."
Geen van deze teksten is duister. Geen ervan hoeft dramatisch gemaakt te worden. Hun kracht ligt juist in hun helderheid.
Hoor, Israel
Deuteronomium 6:4 is de belijdenis in het hart van Israels geloof. Zij begint niet met speculatie over Gods innerlijke structuur. Zij begint met aanbidding, verbond, identiteit en trouw.
De HEERE is Israels God. De HEERE is een.
Deze eenheid is geen dunne abstractie. Zij brengt Gods Naam, trouw, aanwezigheid, handelen en aanbidding bijeen in een enkele belijdenis. Israel wordt niet uitgenodigd God te zoeken tussen verdeelde machten of concurrerende hemelse identiteiten. Israel wordt geroepen de Ene lief te hebben met hart, ziel en kracht.
Voor iedereen die Jezus binnen de Schrift leest, kan deze belijdenis niet worden overgeslagen. Zij is geen voorchristelijk probleem dat later opgelost moet worden. Zij is de grond waarop Jezus Zelf staat.
Wie Mij gezien heeft
In Johannes 14 vraagt Filippus wat ieder gelovig hart verlangt: "Heere, toon ons den Vader."
Jezus' antwoord is aangrijpend omdat het zo direct is. Hij wijst het verlangen om de Vader te kennen niet af. Hij corrigeert de plek waar Filippus verwacht dat die kennis gevonden moet worden.
"Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien."
Deze uitspraak zet spanning op de tekst. Als de Vader werkelijk in Jezus gezien wordt, kan Jezus niet slechts behandeld worden als iemand die van Zichzelf afwijst. De zichtbaarheid van Jezus is geen afleiding van de onzichtbare God. Zij is de weg waarin God gekozen heeft Zichzelf bekend te maken.
En toch houdt Jezus niet op werkelijk mens te zijn. Hij spreekt, wandelt, lijdt, bidt en gehoorzaamt. De openbaring komt in vlees, niet als ontsnapping aan het vlees.
Dat zij U kennen
In Johannes 17:3SVjohn 17:33. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt. bidt Jezus tot de Vader en noemt Hem "den enigen waarachtigen God." Hij spreekt ook over Zichzelf als Degene die door God gezonden is.
Deze tekst moet met volle kracht mogen spreken. Jezus doet niet alsof Hij bidt. Zijn gezonden-zijn is werkelijk. Zijn menselijke gehoorzaamheid is werkelijk. Het onderscheid in het gebed is werkelijk.
Maar dit wist Johannes 14:9SVjohn 14:99. Jezus zeide tot hem: Ben Ik zo langen tijd met ulieden, en hebt gij Mij niet gekend, Filippus? Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien; en hoe zegt gij: Toon ons den Vader? niet uit. Hetzelfde Evangelie dat Johannes 17 geeft, geeft ook de uitspraak dat wie Jezus ziet de Vader ziet. Johannes lijkt zich er niet voor te schamen deze waarheden naast elkaar te laten staan.
Het resultaat is geen tegenstelling om te ontvluchten, maar een spanning om te bewonen.
De spanning
Deuteronomium belijdt de Ene. Johannes 14 zegt dat de Vader in Jezus gezien wordt. Johannes 17 zegt dat eeuwig leven is: de enige waarachtige God kennen en Jezus Christus die Hij gezonden heeft.
Als we een tekst isoleren, wordt de vraag eenvoudiger dan de Schrift toestaat. Als we ze bijeenhouden, verschijnt een diepere vraag:
Hoe kan de ene God werkelijk in Jezus gekend worden zonder verdeeld, verdubbeld of gereduceerd te worden?
Die vraag is de deur naar de essay.
Zij vraagt de lezer te pauzeren voordat geerfde categorieen te snel invallen. Zij vraagt te overwegen of het patroon van de Schrift niet eerst verklaring is, maar openbaring. God is een. God is ongezien. God komt nabij. God wordt gekend in Jezus.
Een uitnodiging
Deze pagina vraagt niet om een snelle conclusie. Zij vraagt om zorgvuldige aandacht.
Veel christenen hebben geprobeerd deze teksten met verschillende woorden recht te doen. De uitnodiging hier is niet om te beginnen met het beoordelen van die pogingen, maar om terug te keren naar de teksten zelf en te vragen wat zij doen.
De volledige essay volgt die weg uitvoerig. Zij begint bij het Sjema en de Naam, beweegt door de geziene en ongeziene God, luistert naar Jezus' woorden en daden, en vraagt welke belijdenis het meest trouw blijft aan het bijbelse getuigenis.
Begin met de vraag.
Wat als Jezus niet slechts Degene is die God uitlegt, maar de Ene in wie God Zich zichtbaar heeft gemaakt?